donderdag 5 augustus 2010

La belle Citadel

Nadat Jeannine zondagmorgen was vertrokken met de eerste lichting medereizigers die terug naar België vertrok, bleven we even verweesd achter. Gelukkig stond er ons maandag een cultureel en historisch hoogtepunt te wachten, de Citadel van Henry Christophe, La Ferrière.
Naar goede Haïtiaanse gewoonte vertrekken we lekker vroeg, ditmaal om 5.00 u aangezien ons een korte steile wandeling te wachten staat en men dat liever doet voor dat de zon in haar zenith staat. Wanneer we het domein van TSL verlaten, staat er nog een extra passagier te wachten. Het aangename aan het nuttige koppelen is een na te leven motto, zeker in een land waar armoede nog verre van uitgeroeid is. En zo nemen we een heerschap met gebroken neus, waar hij tussen haakjes al een week mee rondloopt, mee om hem in Milot aan het ziekenhuis af te zetten.

Wanneer dit is gebeurd en we onze tocht vervolgen doemt uit de mist, in de verte, boven op een steile heuvel, een grijze massa op. Op het eerste zicht lijkt het een massieve blok graniet maar wanneer je beter kijkt, neem je enig reliëf waar. Daar ligt ze, de Citadel. Beneden, aan de voet van de heuvels, staat onze gids reeds te wachten. Na het eerste stuk met de auto te hebben afgelegd, stappen we uit, slaan de gebruikelijke verkopers en verkoopsters van ons af en vangen de tocht naar de top aan. Al een chance dat we vroeg genoeg zijn vertrokken want het is al behoorlijk warm en het pad blijkt steiler dan de muur van Geraardsbergen. We laten ons echter niet kennen, als rasechte Flandriens wandelen we de gids los uit het wiel en slaan we zonder verpinken in geen tijd een bres van zeker 100 meter. De bolletjestrui lonkt voor Pieter… Uiteraard moet die erudiete ‘filou’ weer stokken in de wielen steken door net voor de aankomst snel nog een ‘tactische’ uitleg uit zijn mouw te schudden over de berg waarop de Citadel is gebouwd en de legende daarrond. Het tempo is gebroken, geen ontsnappingen meer en mooi in peloton komen we boven aan. Daar komen al snel het water en de boterhammen boven voor een eerste snelle hap, het is tenslotte al 8.00 u.

Forten hebben wel eens de gewoonte om op hoger gelegen plaatsen gebouwd te worden en dat is met de Citadel niet anders, eens bekomen, hebben we dan ook een schitterend zicht op de omgeving. Je kan aan de ene kant de baai van de Cap en aan de andere de kant een prachtig smaragdgroene heuvelrug zien schitteren in de ochtendzon, met daartussen in ‘la grande rivière du Nord’ die richting Cap meandert.
Onze ‘filou’ van daarnet blijkt een rasechte entertainer te zijn en vertelt vol overgave zijn verhaal in een ‘polyglottisch’ dat alleen Wim kan evenaren.

De Citadel dateert van net na de onafhankelijkheid. Om het land veilig te stellen voor de eventuele terugkeer van Fransen of een ander blanke grootmacht met koloniale aspiraties liet de toenmalige machthebber, Dessalines of keizer Jacques I van Haïti, overal forten uit de grond stampen. Het bekendste is La Ferrière, beter bekend als de Citadel van Henry Christophe. Het is hij die toezicht hield op de werken als bevelhebbend generaal van ‘district Nord’. Na de dood van Dessalines, niet bepaald een natuurlijke maar dat gebeurt wel vaker met dictators en dus voortdurend in de loop van de Haïtinaanse geschiedenis, roept Henry Christophe zichzelf uit tot koning van het Noorden.
Aan de voet van de Citadel, zijn hoofdkwartier, laat hij als koning Henry I direct aanvangen met de bouw van een koninklijk paleis. Henry, 22 jaar voordien nog maar een simpele hulpkok in een hotel in Cap Haïtien, die kan lezen noch schrijven, laat zijn eigen Versailles bouwen en noemt het ‘Sans Souci’.Over het leven en dood van Henry vertelt onze gids de ene legende na de andere.
Wat ons vooral doet versteld staan zijn de gigantische proporties van zijn Citadel. Sommige muren zijn bijna 40 meter hoog, de belangrijkste geschutsgalerij is ongeveer 9 meter diep en 80 meter lang.
Met 200 kanonnen, honderdduizenden kanonskogels en 770 meter hoger dan elk ander gebouw in de omgeving is La Ferrière een klein wonder, zeker als je weet dat alles, maar dan ook alles met de hand naar boven is gebracht. Duizenden gevangenen en handarbeiders hebben hier dan ook de dood gevonden tijdens de bouw van dit militair bolwerk en dat alles voor niets. Er is geen enkele kanonsbal afgevuurd vanaf de Citadel tenzij om te communiceren met de goden. Wanneer we de Citadel verlaten, kopen we nog snel een drankje van een vrouw die haar eigen huzarenstukje heeft opgevoerd. Vanaf de voet van de berg is ze helemaal naar boven gestapt met op haar hoofd een overvolle koelbox, om toch maar een klein beetje geld te kunnen verdienen. Het contrast is bikkelhard, dit ‘historisch en cultureel hoogtepunt van de Haïtiaanse geschiedenis’ confronteert ons weer maar eens met de dagelijkse realiteit… Haïti is zo ‘verschrikkelijk mooi’.

1 opmerking:

  1. op een maand tijd geconfronteerd worden met nieuw leven en met de dood.Ervaringen die jullie steeds zullen bijblijven.

    Een veilige terugreis!!!!Wij kijken al uit naar jullie thuiskomst en de vele verhalen,foto's...
    Tot dinsdag

    Imelda

    BeantwoordenVerwijderen