vrijdag 23 juli 2010

Jeugdvoetbal in Akil Samdi

De eerste kennismaking met voetbal viel letterlijk en figuurlijk in het water. Het is hier immers regenseizoen. Normaal gingen alle jeugdspelers aanwezig zijn, maar door de overvloedige regen waren enkel de drie coaches en de twee interne kinderen van TSL, Jetro en Nelson aanwezig. Na een tijdje werkte de spelvreugde aanstekelijk en sloten nog een paar toeschouwers aan.
Het eerste wat onmiddellijk opviel was de staat van het terrein. Nou ja, terrein is veel gezegd; deze geïmproviseerde training vond plaats in de tuin van het centrum. Op de plaats waar we onze voetbalkunsten tentoon konden spreiden, lagen meer keien dan dat er gras groeide. Dit ging uiteraard een beetje ten koste van het spelniveau.
De coaches waren enorm aandachtig en erg enthousiast. Ze deden de oefeningen naar best vermogen. Echte toptalenten kon je de coaches niet noemen, maar ze deden echt wel hun best. Ik was toch al benieuwd om hen bezig te zien met de jeugdspelertjes.
De volgende dag was de afspraak 16u. Om 15.55u kwam Jetro reeds op mijn deur bonken. Ik haastte me naar ‘het voetbalterrein’ om daar meer dan dertig enthousiaste en nieuwsgierige spelertjes aan te treffen. De spelers zaten gedisciplineerd in een cirkel te wachten. Toen ik toekwam en de spelers begroette met ‘Bonjou tout moun’ kreeg ik in koor ‘Bonjou mesye’ te horen en daarbovenop een staande ovatie.
Ik keek mijn ogen uit naar al die zwarte parels en nog meer naar de vestimentaire gewoonten. Hier volgt een korte beschrijving van de modetrends die me opvielen: spelers met ‘crocks’, een rechtsvoetige speler die enkel aan de linkervoet een schoen aanhad, spelers die gewone sokken tot over hun knieën trokken, schoenen waarvan de zool de helft loshing…Fantastisch om te zien waarmee deze nieuwe voetbalsterren op het terrein verschenen. Als je dat vergelijkt met de verwende snobvoetballertjes in België die elk seizoen met een ander paar fluogroene, oranje, roze of paarse schoenen op training verschijnen, kan je alleen maar vaststellen dat de plaats waar je kribbe staat enorm bepalend is.
Ik wou de coaches eens aan het werk zien, dus liet ik ze beginnen met de training. Groot was mijn verbazing toen ik zag waarmee ze de training startten. De spelers gingen met militaire discipline in twee rijen staan en begonnen te marcheren. Daarmee bedoel ik dus echt wel MARCHEREN. Dan volgden er nog een paar oefeningen die bij ons in de jaren 50 als niet echt modern werden bestempeld. Zoals veel zaken hier lijkt de tijd hier soms ettelijke jaren achter te lopen. Ik besloot uiteindelijk om in te grijpen en de opwarming over te nemen. Ik liet de spelers enkele heel eenvoudige oefeningen doen in een andere, meer intensieve organisatie. Ondertussen overlegde ik even met de coaches wat zij van de oefeningen vonden en wat ze in de toekomst misschien best op een andere manier zouden doen.
Daarna liet ik de coaches de training terug overnemen. Mijn mond viel echt open bij het aanschouwen van wat volgde. Voor de 32 spelertjes was welgeteld één voetbal ter beschikking. Op het WK werd er geklaagd over de ‘Jabulani’, maar deze Haïtiaanse bal was van nog iets mindere kwaliteit. Met zo’n bal zou niemand bij ons willen voetballen. Ik had nochtans gezien dat ze genoeg ballen ter beschikking hadden. Ik vroeg dan ook waarom ze maar één bal gebruikten. Het antwoordde dat volgde, was typisch Haïtiaans: “De andere ballen zijn nog niet opgepompt.” Ook de kegeltjes en potjes die ze ter beschikking hadden, bleven in het ‘sportdepot’.
Bij de eigenlijke oefening ging iedereen in een cirkel staan en in het midden nam één trainer plaats, die een paar stretchoefeningen voordeed. Groot was echter mijn verbazing toen ze elke speler één voor één de lenigheidsoefening lieten doen. De andere spelers konden ondertussen door de grond zakken, beginnen zweven of doodvallen, geen van de drie trainers zou het opgemerkt hebben.
De oefeningen met de bal verliepen op min of meer dezelfde manier. Drie trainers die zich telkens met één spelertje tegelijkertijd bezighielden. Ik herhaalde mijn vraag om toch voor meer voetballen te zorgen.
De volgende training verliep helemaal anders. We verhuisden naar het voetbalplein van het dorp. De staat van het terrein was iets beter, maar in België zou zo’n terrein nog steeds afgekeurd worden. Wij waren echter al heel tevreden dat er meer zand dan steen lag. Toen we daar toekwamen, waren er reeds verschillende dorpsploegen aan het trainen, maar we vonden toch een plaatsje waar we onze training konden geven. Voor deze training kreeg ik versterking van een echte Haïtiaanse voetbalster, James. James is de vriend van Carmelle, coördinatrice in het centrum. James zal hier twee weken blijven en dus ook een beetje trainingen geven en de coaches bijscholen. Deze prof binnen de Haïtiaanse voetballiga is omwille van zijn leeftijd op zijn retour, maar je zag wel onmiddellijk dat hij op een bal kon shotten. Hij nam de leiding van de training, maar het overbrengen op de spelers bleek soms iets moeilijker. Hij liet mij dan de oefeningen tonen aan de spelers en eigenlijk liet hij mij snel de hele training leiden.
Hij zorgde wel voor een betere organisatie. Zo waren er nu toch meer opgepompte ballen en was er ook meer materiaal beschikbaar. Er werden voor de opwarming nu fietsbanden, stokken en kegels gebruikt. De motoriek van de spelers, die bij sommigen serieus onderontwikkeld is, werd geoefend aan de hand van een parcours met fietsbanden, liggende stokken (soort ladder), rechtstaande stokken… Al bij al was dit toch een training die “echt” begon te lijken, uiteraard wel rekening houdend met de omstandigheden en mogelijkheden. Ik ontdekte dat er beslist enkele talenten in de groep te zitten, maar een nieuwe Messi, Kaka of Eto’o vrees ik nog niet gezien te hebben.
De trainingen zijn werkelijk een openbaring gebleken. Je moet heel flexibel en creatief zijn om in deze niet-alledaagse omstandigheden een behoorlijke training te geven. Ondanks dit is de doelstelling van het educatief centrum boeiend ingevuld: nl. deze enthousiaste en gemotiveerde jonge gasten van de straat te houden door hen een zinvol tijdverdrijf aan te bieden.

1 opmerking:

  1. Pieter, mooi en leuk verslag.Ja laat die snobjes van voetballers maar eens naar Haiti komen, ze zouden wat minder van de toren blazen.Nog veel voetbal- en andr plezier.
    mama

    BeantwoordenVerwijderen