Vandaag gaan we na het ontbijt het dorp in om een bezoek te brengen aan een aantal mensen die ondersteuning krijgen van TSL. Naast het tewerkstellen van een 6-tal tuinmannen, een 5-tal coaches (leerkrachten) voor het schooltje, 2 chauffeurs, 1assistente, 2 kokkinnen, 1 huishoudster, 1 huisbewaarder, 2 nachtwachten, 3 sportcoaches en 1 verpleegster/manusje-van-alles,… in totaal een 32 loontrekkenden, voorziet TSL ook in het onderhoud van een aantal zieke, gehandicapte baby’s, kinderen, volwassenen en ouderlingen in hun omgeving. Ook vanuit andere dorpen dan Akil vindt men de weg naar Jeannine en haar grote hart. We hebben het hier dan nog niet gehad over de noodhulp die TSL heeft geboden aan de slachtoffers van de aardbeving. Er zijn een 260-tal dossiers die acute hulp verlenen aan ongeveer 2000 mensen. In de nasleep van de aardbeving heeft TSL ook een project op poten gezet waarvan de hele communiteit voordeel heeft. Akil werd overspoeld met slachtoffers van de aardbeving die een onderkomen zochten bij familieleden met een huis, ook al was dat dan niet meer dan een lemen hutje in de ‘bush’. Sommige slachtoffers kwamen terecht bij nonkels en tantes, broers en zussen, vaders en moeders die het vaak nog slechter hadden dan zij. Om de goede vrede te bewaren in een land waar onder het dunne laagje van vreedzaamheid een onderstroom aan jaloersheid schuilgaat, moest er dus een oplossing worden gevonden. Die bood zich aan onder de vorm van het aanleggen van betere wegen naar Akil. De inwijkelingen van de aardbeving en hun lokale familieleden werden hierbij ingeschakeld, zo konden degenen die noodhulp hadden ontvangen iets terugdoen voor hun onfortuinlijkere verwanten in Akil. Bij de aanleg van die wegen werden nog eens 1500 mensen ingeschreven op de ‘pay-roll’ van TSL.
Nu de meeste slachtoffers van de aardbeving zijn teruggekeerd naar hun plaats van herkomst, blijft het communautaire project een bron van inkomsten voor heel wat’ lokalen’. Soms verkiezen ze het zware werk van stenen versleuren en verbrijzelen boven het werk in ‘konbit’ ( het gaan helpen op elkaars akkers in ruil voor eten en drinken en wederkerige hulp) aangezien het voorziet in een echt loon waarmee schulden kunnen worden afbetaald, schoolgeld wordt betaald,…
Ti Solèy Leve probeert werk te maken van 3 millenniumdoelstellingen; promotie van het onderwijs, ondersteuning van de gezondheidszorg en bescherming van de natuur. Op een manier die enig verengd machiavellisme niet vreemd is, slaagt het daar ook in. Soms heiligt het doel wel degelijk de middelen en dat is ook de kracht van TSL; de vrijheid van handelen in een land dat anders zo verlamd wordt door bureaucratie en onderhandse diensten. Daar waar ook de grote NGO’s een hele bureaucratische mallemolen moeten afwerken en al veel geld hebben verspild aan vergaderingen en werkgroepen die moeten samenkomen voor ze een cent kunnen besteden aan slachtofferhulp, kan TSL snel, accuraat en op maat van de mensen hulp aanbieden. Daags na de aardbeving, toen de internationale noodhulp nog volop op gang moest komen, hadden TSL en nog een aantal andere lokale projecten van scheutisten en andere religieuze ordes al heel wat mensen geholpen. In het concrete geval van Ti Soley Leve ging het over het ‘uitdelen’ van gourdes en dollars, uiteraard mits het opstellen van een contract tussen de betrokken partijen. Mensen die heel hun hebben en houden hadden verloren, konden zo snel weer aan hun leven beginnen door het zoeken naar vermiste familieleden, een handeltje te beginnen of een stukje grond te kopen en te bewerken,…
Als er één ding is dat in Haïti zowel een zegen als een last is, is het wel het feit dat alles hier in het teken staat van het leven. Zo is de ongeschreven regel dat men niet langer dan nodig mag focussen op de dood.
De wake bij de dode is hier een feest om de geest van de overledene te verhinderen terug te komen en is het ‘not done’ om na de begrafenis nog te huilen om een overleden familielid. (Dit zorgt ervoor dat begrafenissen hier druk bezocht worden door alles en iedereen zodat men op legale manier toch uitdrukking kan geven aan eventueel onverwerkt verdriet over een eigen dode.) Enerzijds hervatten de mensen hier na onheil quasi onmiddellijk hun gewone leven, ook al zijn ze bijna hun hele familie verloren. Anderzijds zorgt dit er ook voor dat men absoluut niets leert uit eventuele fouten. Voorbeeld: de ongecontroleerde wildbouw in Port-au-Prince is één van de belangrijkste redenen dat er zoveel slachtoffers zijn gevallen, vandaag is diezelfde wildgroei al opnieuw aan de gang. Vandaag wordt ‘rücksichtslos’ gewerkt aan de ‘Apocalyps’ van morgen.
Even terug naar onze bezoeken van vandaag. De mensen die ons ‘blan’s zonder veel problemen in hun huizen ontvangen en ongegeneerd foto’s laten nemen (we voelen ons er soms zelfs wat ongemakkelijk bij) zijn 1.de moeder van een meisje met een type 3 afwijking - zowel fysiek als mentaal zwaar gehandicapt- 2. de mama, papa en ‘sterkere’ tweelingzus van de premature Violine én 3. een oude blinde man die het slachtoffer is geworden van een verwaarloosde oogaandoening. Voor het gehandicapte kindje wordt een speciaal stoeltje besteld. De mama en papa van de tweeling worden vriendelijk uitgenodigd om een ‘contractje’ te komen opstellen om het gezin te ondersteunen en terloops krijgt ook een nicht een contractje aangeboden voor de studies van haar vijf kinderen omwille van haar hulp bij de geboorte van de tweeling. De blinde man krijgt een envelopje toegestopt. Overal waar we aan huis gaan, verschijnen er buren en kinderen, de bezichtigers worden bezichtigd. Onderweg van en naar deze ‘dutsen’ wordt er kwistig ‘gebonjoud’ en ‘ge-yon ti koze-d’ (een kletske doen) om eventuele na-ijver te voorkomen. Één van de kinderen die wordt aangesproken is Lenize, een 17-jarig mongooltje dat nog in het schooltje van Jeannine heeft gezeten. Jeannine zegt haar dat ze de volgende dag maar eens moet langskomen voor een ‘soutienke’ voor kleine borstjes. Een ander kindje wordt gevraagd naar de schoolresultaten. Wat opvalt, is dat vooral vrouwen en kinderen worden aangesproken, waarschijnlijk niet zomaar want zij vormen ook in deze samenleving de meest kwetsbare groep. Net als haar bijna naamgenote en Indische tegenhanger, Jeanne De Vos, heeft Jeannine De Beleyr vooral, maar niet uitsluitend, oog voor de zwakken in de maatschappij. TSL is door de jaren veel meer geworden dan een ‘educatief project in Haïti’, het is een servicecenter zonder weerga.
Na de middagmaaltijd start traditioneel de ‘siësta’ die wordt doorgebracht met slapen, lezen, zwemmen, praten,… en die uitloopt in een rustige avond en nacht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten