vrijdag 23 juli 2010

Zondag 18 juli

Daar waar de meesten onder ons hun zondagen in de grote vakantie doorbrengen met uitslapen, brunchen en de bbq voor ’s avonds plannen, is zondag in Haïti nog steeds ‘de dag des heren’. Om 8.00 u. begint hier de dienst in de kerk van de katholieken, die in het midden van het dorp staat en dat zal je geweten hebben. Op weekdagen staat de bevolking hier om
5. 00 u. op om aan de dagtaak te beginnen. Op zondag staan ze hier om 5.00u op om hun haar te doen, schoenen te poetsen, gespen op te blinken,… Wanneer we om iets na 8 uur naar de kerk vertrekken, loopt de zandweg ernaartoe vol met heren in witte hemden met gesteven boorden, geklede broeken en kostuumschoenen met glimmende tippen. De vrouwen en meisjes dragen hun ‘communiekleedjes’ en hebben kokette schoentjes met hak en sokjes aan. Bij het naderen van het kerkgebouw, komen de tonen van één of ander Haïtiaans lied ons al tegemoet. We zijn niet de enigen die niet stipt om 8.00 u aanwezig zijn, maar ja, Haïti is dan ook een stukje Afrika in Latijns-Amerika en tijd is een relatief begrip. We nemen plaats op één van de banken achteraan om niet teveel op te vallen, hoewel dit waarschijnlijk een maat voor niets is, zeven blanken in een kerk vol zwarten. Vol? Echt afgeladen vol zit de kerk hier blijkbaar ook niet meer. Gisteren zat bij de adventisten de ‘kerk’ wel nokvol, maar het gebouwtje waarin zij hun vieringen houden, kan dan ook 10 keer in het gebouw dat de katholieken hier hebben neergepoot. De viering is een constante afwisseling van Bijbelse teksten en liederen in het Creools. Tijdens de preek doet de père wel de moeite om ons aan te spreken in het Frans. Het evangelie heeft dan ook betrekking op het loslaten van materiële waarden en het zich open stellen voor het woord van de Heer. Een mens vraagt zich af hoe mensen die dagelijks bezig zijn met overleven toch zo beaat kunnen zitten luisteren naar een boodschap over delen. Voor de rest verloopt een viering hier niet veel anders dan bij ons … 50 jaar geleden. De hostie wordt hier nog aangenomen met de mond en aan het einde van de dienst mag je nog een halfuur blijven zitten voor alle parochiale mededelingen. Wanneer we 2 uur later de kerk verlaten om terug te keren naar onze verblijfplaats, horen we de protestanten nog vol overgave klappen en zingen.

Zondag is ook een economische hoogdag, want het is ook marktdag in Akil Samdi. Marktkramers, veelal vrouwen, proberen alles aan de man te brengen wat maar mogelijk is. Alles is herverpakt naar kleine, betaalbare hoeveelheden; knoflook kan je hier kopen per teen.
Een marktkraampje is niet meer dan een open gespreid doek met daarop alle waren. De vrouwen ernaast, gezellig keuvelend met elkaar. Al ‘bonjouend’ vervolgen we onze weg.
Terug aangekomen bij Jeannine wordt er gepolst naar onze opgedane ervaring bij een aperitief, helaas geen rum-souer wegens gebrek aan citroenen, maar wel overheerlijk rumpunch. Met krakkertjes en dipsaus. Recepten zijn te verkrijgen bij Joke.

De rest van de dag brengen we door met het uitpakken van alle meegebrachte materiaal voor TSL, we lezen en luisteren. We krijgen ook bezoek van Sébastien en Lenize. Lenize komt om haar bh’tje en blijft spelen met Charline, na fier haar nieuwe aanwinst te hebben geshowd als een volleerd mannequin. Jetro en Nelson vragen of Sébastien, hun halfbroertje, mag komen spelen. Dit mag, op voorwaarde dat er echt wordt gespeeld, want Sébastien is na een verprutst schooljaar in de gemeenteschool alles weer vergeten wat hij voordien in het kleuterschooltje van TSL had aangeleerd gekregen. Door hem te laten spelen met Jetro en Nelson hoopt Jeannine dat er in de lege blik, die een absentie van enige hersenactiviteit lijkt te verraden, weer een opflakkering van denkwerk verschijnt. IJdele hoop, Sébastien blijkt niet meer te ‘spelen’ dan de doorsnee zak patatten. Zonde want volgens Jeannine is Sébastien best intelligent. Er zal dus moeten worden bijgewerkt!!!

Naast de activiteit die het bezoek met zich meebrengt, wagen enkelen zich toch in de zondagse middagzon om de jeep te wassen, maar de chronische middagregen steekt hier na een uur een stokje voor en zoals elke dag begint het klokslag 15.00 u. te regenen, we zitten nog steeds in het regenseizoen.
Morgen zullen we onze tocht naar Port-au-Prince, de haven voor het Franse schip ‘Prince’ dat in 1706 deze baai in het Zuidwesten van Haïti binnenliep, voorbereiden en nogmaals een bezoek brengen aan het dorp van de zombies, Akil Samdi.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten