vrijdag 23 juli 2010

Ons bezoek aan Port-au-Prince

5 u: opstaan. 5.30 u: auto’s laden. 6 uur: vertrek naar Port-au-Prince. Dat met gemengde gevoelens: enerzijds nieuwsgierig om het eindelijk allemaal te zien; anderzijds onzekerheid. Hoe zal ons klein Westers hartje het verteren? De “dag”-trip is alvast meer dan de moeite waard over de A1, de autostrade (lees: een naar Westerse normen breed bergpad, hobbelig kronkelend, modderig bij regen, stofferig bij droog weer, met hier en daar een stukje amper verlicht asfalt). We spreken de verste hoeken van onze verbeelding aan om hierin de Noord-Zuid-as van het land te herkennen. Het gaat letterlijk door berg en dal, door zeer gevarieerde landschappen met bijhorende flora, door kleine en minder kleine dorpen waar door jong en oud kleurrijk handel wordt gedreven in al het mogelijke en voor ons vooral onmogelijke. De Haïtiaan heeft het duidelijk in de vingers. De uithangborden van de shaletjes spreken boekdelen “si dieu est avec moi qui sera contre moi”, groupons nos efforts, ensemble nous arrivons plus loin of “samen sterk”. Gevleugelde woorden zoals later blijkt. Naarmate we de hoofdstad naderen, worden de wolken donkerder en de beelden wreder. Rechts wijst Jeannine ons op de massagraven aangelegd na de aardbeving: we herinneren ons de televisiebeelden, die niet hebben getoond hoe enkele ruige burgers een laatste keer de lijken verminkten door ze met machetes horloges, ringen, tanden en ander bruikbaars te beroven. Homo homini lupus, heeft de existentialist al eerder begrepen… Aan de andere kant van de weg zien we de eerste tentenkampen: troosteloze blauwe vlekken tegen een al even troosteloze helling. Het zijn slechts voorbodes van de gruwel die ons wacht. Naarmate we de stad naderen, worden de tentenkampen al dan niet beter georganiseerd, groter en dichter bevolkt. Op ieder vrij plekje staan ze opgehoopt tot op de middenberm van de A2 toe, de hoofdweg die de stad doorkruist naar het zuiden: de overtreffende trap van absurde waanzin. Behalve in het riante park voor het universiteitsgebouw voor landbouw… mag de smet van de ellende de wetenschap niet bezoedelen?
Omdat we onderweg laat en uitgebreid hebben geluncht aan de Wahoo Bay Beach – de vis is als het ware vers, recht in ons bord gesprongen - kunnen we ’s avonds uitgeput van de moordende trip vroeg naar bed. Sommigen hebben nog een uur geduld om te wachten op een sandwich, een glaasje rum of een overdosis amaretto, Haïti, een land van extremen…
’s Anderendaags vroeg op (= vijf uur) om vóór de verkeerschaos in een kamp op een industrieterrein de familie Bazar, die Jeannine, met hulp van haar medewerkers in de stad, na de aardbeving herenigd heeft, op te zoeken. Hoe zijn deze mensen terug te vinden in een mierennest van op elkaar gehoopte tentjes? Na zes maanden zijn de allang niet meer waterdichte tentjes opgelapt met van de straat geraapte stukken stof, ijzer, beton en nog veel meer recyclagemateriaal. Ellende lijkt wel een onuitputtelijke bron van vindingrijkheid… Omdat we tot over onze enkels in de modder (en wat nog allemaal?) wegzakken, moeten we onze zoektocht staken. We hebben ondertussen de onfortuinlijke bewoners uit hun tent gelokt, en zie, ze persen zowaar een poging tot glimlach op hun gezicht dat door honger en ontbering onherroepelijk getekend is. Een onbeschrijflijke Apocalyps, haast amper door menselijke zintuigen waar te nemen. Gelukkig is er de camera waarachter we ons nu en dan kunnen verbergen. Zelfs Pontien, de stoere lokale medewerker van Jeannine, kan zijn tranen amper bedwingen, overmeesterd door zoveel onmenselijk leed. En plots duiken, schijnbaar uit het niets, een jonge vrouw en twee meisjes op, keurig gewassen en netjes verzorgd. Hoe krijgen ze het voor elkaar in de viezigheid van de onverlichte tentjes? Het weerzien met de dames Bazar doet deugd: er wordt hartelijk heen en weer gezoend, cadeautjes uitgedeeld, toekomstplannen gemaakt. De uniformpjes vertellen ons dat de meisjes naar school vertrekken en wij rijden verder naar een volgend gezin, tragische slachtoffers getroffen door “la bagay”. Zo noemen de Haïtianen “het” uit vrees, door het te benoemen, een nieuw cataclysme over zich heen te roepen.
We moeten verder de stad in, steeds dichter bij het episch centrum, nog meer tenten, nog meer puin, nog meer half ingestorte huizen. In het leven van sommige Haïtianen lijkt het allemaal een plaats te hebben gekregen: de ene doet onder een ingezakt stuk beton een schijnbaar zorgeloos dutje, de andere gebruikt de schaduw van een gevaarlijk afhellend dak om haar bescheiden handeltje (her)op te zetten. Want het leven gaat verder, of wat had u gedacht?
De familie Orange die op de daadwerkelijke zorgen van Ti Solèy Leve kan blijven rekenen, woont deels in een huis en deels in een tent, qua huisvesting niet eens zo slecht dus. Even voorstellen: papa vermist, mama verlamd, zoon gekwetst op de rug en in het gezicht, dochter onder de rechterknie geamputeerd. Alweer een uitzichtloos bilan. En toch, Jeannine geeft hoop onder de vorm van concrete vooruitzichten zoals prothese en revalidatie. En alweer verschijnt hier en daar een glimlach en wat licht in de van wanhoop en moedeloosheid doffe blikken. Zo aangrijpend en overweldigend allemaal dat we onze van honger knorrende magen negeren. We beseffen het pas als we in het geklasseerde Orloffson hotel een uurtje op een –voor elk wat wils- ontbijt zitten te wachten dat –ondanks alles- heerlijk smaakt. Het leven gaat verder, weet u wel.
Opeens brengt Jeannine het ontstellende nieuws; we moeten ons bezoek een dag inkorten. Er is een nationale vervoersstaking afgekondigd. Een ganse dag opgesloten zitten in een muf hotel zonder internet is geen optie. Dus vijf nieuwe banden voor de pick-up kopen (eentje knalde onderweg), naar het hotel om de bagage, de familie van Pontien even groeten en weg voor een meer dan acht uur durende helse tocht, waarvan de helft in het duister over onverlichte wegen en ondertussen schijnbaar verlaten spookdorpen. Door de regen en de bliksem wanen we ons zowaar figuranten in een heuse avonturenfilm. Jeannine brengt ons tegen half elf ’s avonds veilig thuis; het bijna voltallige ti soley levé-team, honden incluis, wacht ons op met een hartelijke spaghetti. Nog net voor het einde van onze spannende Nationale Feestdag zal de zoete slaap ons een beetje de gruwel doen vergeten. Ongestoord lekker uitslapen zal iedereen deugd doen en donderdagmorgen, al vanaf zeven uur, staat Jeannine voor wie wil een omeletje op smaak te bakken… tot bijna tien uur want iedereen heeft zo zijn invulling voor het begrip uitslapen. Is ze dan werkelijk onvermoeibaar, die kleine, Vlaamse rots in de branding?

6 opmerkingen:

  1. een pakkend verhaal!schrijnende toestanden.Het raakt ons al diep bij het lezen.Jullie hebben het met eigen eigen ogen gezien,ervaren....dat moet een blijvende indruk nalaten.
    Het moet een sterk volk zijn om de moed niet te verliezen ondanks alles...
    imelda

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een verhaal, en wat een schrijftalent !
    Ik ben al benieuwd naar de filmbeelden !
    Slaap maar eens lekker uit, hier in den Belgique alles rustig, nog steeds geen regering, Madame non doet haar naam weer alle eer aan, Contador en Schleck zijn nog steeds de tourhelden, eerste dag regen in alweer twee weken, en rustig genieten van een deugdoende vakantie, hou het daar voorzichtig, hé !
    Vele groetjes,

    Patje B.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Amai Wimpie!

    Jij kan nogal schrijven, ik word er telkens helemaal door meegesleurd.
    Ben al benieuwd naar je verhalen.

    Veel groetjes
    Sofie
    xxx

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Hallo allemaal! Tine Bussens hier! Ik ben hier nu toevallig op deze blog terechtgekomen, onrechtstreeks, door mevr. Torsy eigenlijk! Ik heb vandaag de zogenaamde 'K@zine' weer eens ontvangen, en jullie reis naar Haïti is niet onopgemerkt gebleven bij Kazou! Een klein tekstje stond onderaan : "Tiny Torsy, hoofdmoni en basisinstructeur bij Kazou Waas en Dender is momenteel met collega's enz..." :-) K@zine heeft dus verder ook naar deze blog verwezen, waar ik zojuist álles heb gelezen, en ook die mooie foto's heb bekeken! Petje af ook voor de Haïtianen die toch nog af en toe een glimlach tevoorschijn kunnen toveren...! Ik werd ook telkens weer meegesleept in alle verhalen, die men niet beter had kunnen vertellen! Vaak leuk geschreven, en in vorige 'verslagjes' af en toe ook eens (onbewust?) een tikkeltje geslaagde humor! Ik heb ook een heel klein beetje gelachen met de DT-fout! (niet dit verslag) Mààr dit was waarschijnlijk een testje of de lezer wel aandachtig genoeg is? ;-) Wees gerust, ik zal het aan niemand doorvertellen! Ik ga jullie nu met rust laten, want dit is precies ook al 'nen dikken boterham' geworden! Waarvoor mijn diépste excuses... Hehe.. Hou jullie goed en tot op school! Ik blijf in tussentijd de verslagjes nauwgezet volgen...

    Groetjes
    Tine Blond ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Foto's heel mooi.
    Iemand anders is me voor. Toch hou ik eraan om te laten weten dat de auteur van bovenstaande tekst niet gewoon, maar heel ongewoon goed kan schrijven. Daardoor heb ik de indruk niet veel meer te moeten fantaseren om de reële toestand te kunnen inschatten...
    Groetjes
    Eddie VDV

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Hey allemaal,
    na een week internetloos te zijn, heb ik eindelijk de tijd genomen om volop te genieten van jullie verslagen. Goed om lezen. Fijn om jullie erin te herkennen en deugddoend om te zien en te lezen hoe jullie dat allemaal opnemen en onder woorden kunnen brengen die ons tegelijk ontroeren, doen glimlachen en apetrots doen zijn dat jullie dat toch maar doen hé! Ik ben superbenieuwd naar de foto's maar dat zal moeten wachten tot ik betere internet verbinding heb

    alvast benieuwd naar de volgende fijne woordenvloed
    groeten
    Sandra

    BeantwoordenVerwijderen