maandag 19 juli 2010

wasdag en uitstap naar zee

15 juli

Donderdag is wasdag in TSL. Om 8u kwamen dames van het dorp onze was ophalen. Met drie goed gevulde teilen, zeep, wasverzachter en indigo trekken ze naar de rivier. We konden met z’n allen meegaan en tegelijkertijd genieten van een frisse duik, dit na een wandeling van een klein half uur. Terwijl Tiny de dames deskundig assisteerde, lieten de anderen zich meevoeren met de sterke stroming. Het terugkeren tegen de stroming in bleek iets moeilijker te zijn en leverde dus grappige taferelen op.

Omdat Jeannine die ochtend naar Cap-Haïtien moest om de nieuwe chauffeur op te pikken, konden wij de namiddag gebruiken om verslagen te maken en onze indrukken neer te schrijven.

Om 15u stonden er 32 jongetjes uit het dorp te wachten om de voetbaltraining te volgen van de Belgische professional (alias Pieter).

’s Avonds zijn we naar de dodenwake geweest van de broer van John en Anouze (medewerkers in het TSL centrum ). Dit was een speciale ervaring, er waren een honderdtal dorpelingen die op een zingende wijze afscheid namen van de overledene in (en rond) het ouderlijk huis. Verschillende mensen waren aan het babbelen met elkaar, of spelletjes aan het spelen. Buiten stonden zelfs een aantal kraampjes met drank en versnapering. De mensen gaan hier anders met de dood om dan bij ons, we voelden ons een beetje ongemakkelijk bij dit sterke cultuurverschil. Toch bleek het voor de aanwezigen een enorme steun te zijn dat er medewerkers van TSL waren.

Morgen zal het vroeg dag zijn, want Carmelle verjaart en we gaan dat vieren aan zee.

16 juli

Vandaag verjaart Carmelle, zij is de Haïtiaanse eerste assistente van Jeannine. Om dit te vieren hadden we de galerij versiert met vlagjes en ballonnen, op de luchthaven hadden we ook een gepast geschenk gekocht. Om 5u30 al verrasten we Carmelle met een Haitiaanse versie van Happy Birthday muzikaal begeleid door Tiny met de klarinet.

Om 6u30 vertrokken we met 17 personen in 2 auto’s naar de provinciehoofdstad van het noorden, Cap-Haïtien. Na een uur op een hobbelig parcours door verschillende dorpjes, kwamen we op de geasfalteerde, internationale hoofdbaan. Dit bracht ons vrij snel in grotere dorpen waar de armoede nog meer zichtbaar werd. Vooral het vele afval dat overal rondslingerde en de bijhorende geur gaf het grootste contrast met de vorige plattelandsdorpjes. We kwamen ogen te kort en de uitleg van Jeannine ondersteunde de beelden. Het meest confronterende was onze aankomst in Cap-Haïtien, een chaotische stad waar mensen krioelen als mieren. Cap-Haïtien is de tweede grootste stad van Haïti en volgens Jeannine nog maar een peulschil in vergelijking met Port-au-Prince, waardoor we toch met lichte schik uitkijken naar de uitstap volgende week. Op de ‘boulevard’ aan de haven stopten we aan een echte Franse bakker om lekkere boterkoeken te eten. Terwijl we daar aan het water even moesten wachten, spraken lokale inwoners ons aan; smeekbedes om een beetje geld te krijgen, vreemde conversaties die eerder wartaal leken en uitspraken om indruk te maken op ons. Als we ons omdraaiden en even wilden genieten van het zicht op zee, zagen we het afval dobberen en ook oude schepen lagen te roesten. Onze rit werd verder gezet en we reden de stad uit, bergop. Het contrast was frappant, welke toerist zou vermoeden dat er aan de andere kant van de berg, het idyllische strand schril zou afsteken tegen de verpauperde, vuile stad. We genoten van de prachtige natuur aan de ene kant van de berg, maar konden de beelden van de andere kant moeilijk uit ons hoofd zetten.
Na een echte zeemaaltijd met vis en kreeft, namen we nog een korte siësta om ons terug voor te bereiden op de rit naar huis. Jeannine moest nog een aantal kleine inkopen doen en we haalden de bestelde taart af bij de bakker. (Hoe zal die mooie, doch kitscherige taart het hobbelige parcours overleven?) Rond half drie begonnen we aan onze terugweg. Opnieuw was er van in slaap dommelen geen sprake, omdat er te veel te zien was. Ook in de ‘bwat’ (de laadbak van de jeep) zaten een aantal personen, zij moesten zich op een bepaald moment met het blauwe plastieken zeil beschermen tegen een zomerse regenval, wat voor heel wat hilariteit zorgde. Rond zes uur kwamen we toch licht dooreen geschud aan in Akil Samdi. Na een broodmaaltijd mét taart (die er vreemd genoeg ongeschonden uitzag), zochten we al gauw onze bed op. Schaapjes tellen was deze keer niet nodig …


Lieve groetjes van ons allemaal!

2 opmerkingen:

  1. wens Carmelle van ons ook een heel gelukkige verjaardag!!!!En voor jullie het allerbeste
    Imelda en Luc,Dries en Jan

    BeantwoordenVerwijderen
  2. wij kijken uit naar jullie verslagjes. boeiend om te lezen hoe jullie die grote cultuurschok bekijken en verwerken.
    veel groetjes
    buren van Tiny en Pieter

    BeantwoordenVerwijderen